NL | EN

Zowel als docent als in het bedrijfsleven werken is de perfecte combinatie

Als iemand zou moeten weten of net afgestudeerde studenten klaar zijn om aan de toekomst van het grid te werken, dan is Aart Hoogerwerf dat wel. Hij is zowel R&D specialist bij Eekels Technology B.V.  als docent energietechniek aan de Hanzehogeschool in Groningen. Eekels is al meer dan 110  jaar actief in de marktsegmenten Marine & Offshore en Industrie & Infra in de disciplines technische automatisering, elektrotechniek en werktuigbouw.

Aart vindt dit een perfecte combinatie: “Wanneer je inhoudelijke, verdiepende vakken geeft, moet je ook met je “poten in de klei” staan. De binding met het bedrijfsleven is daarom erg belangrijk. Je kunt de studenten inhoudelijke kennis meegeven, vertellen over de ontwikkelingen in hun vakgebied en ze laten zien waar het uiteindelijk allemaal om draait. Ik ben van mening dat fulltime vakinhoudelijke docenten het meest leren van de afstudeerders, omdat ze dan in contact komen met het bedrijfsleven.”

Aart vindt het werken met studenten erg leuk:  “Ze zijn vaak heel creatief bezig en denken niet in beperkingen. Op de Hanzehogeschool doen we mee aan een landelijke challenge: “Ontwerp je eigen windmolen”. Dit is een gecombineerde opdracht tussen elektrotechnische- en werktuigbouwstudenten. Als je ziet hoe creatief ze met deze opdracht omgaan, dan is dat echt mooi om te zien. En dat is waar het uiteindelijk om gaat.”

De samenwerking met bedrijven gaat twee kanten op. Studenten lopen stage of studeren af bij bedrijven en andersom zijn er door Hanzehogeschool lessen ontwikkeld die intern bij bedrijven gegeven worden.

Kunnen we voldoende studenten vinden die opgeleid willen worden voor een baan in de energietechniek?

Aart: “Het is wisselend. Vanaf het MBO krijgen we genoeg mensen door. Zij weten wat ze willen, hebben al een kijkje in het bedrijfsleven gehad en zijn gemotiveerd om hun diploma te halen. Dit geldt ook voor de deeltijdstudenten, die hebben het best zwaar, maar zijn enorm gemotiveerd. Ook omdat ze de praktijk kennen. Tegelijk krijgen we niet zoveel studenten die vanaf de HAVO/VWO komen als ik wel zou willen hebben. Ook al is het een uitdaging om ze op niveau te krijgen. Want ze moeten én techniek beheersen én voldoende talig zijn; een lastige combinatie. Soms zie je zelfs leerlingen die niet voldoende talig zijn op het VMBO terecht komen. Dat vind ik erg jammer.”

Als studenten van school komen, zijn ze dan direct al klaar om aan de toekomst van het grid te werken? We denken dan bijvoorbeeld aan nieuwe technologieën, groene energie en decentralisatie van opwekking.

Aart vindt dat studenten voldoende kennis opdoen tijdens hun studie. Ook hebben ze al veel ervaring opgedaan door het uitvoeren van projecten die zowel door de opleiding als het bedrijfsleven worden aangedragen. Over de hele projectstructuur is goed nagedacht en het is zo opgebouwd dat  alle facetten aan bod komen en studenten eerst in projectgroepen en later zelfstandig hun opdrachten uitvoeren.

Hoe moeten de uitdagingen (die het onderwijs en het bedrijfsleven samen hebben) de komende tijd opgepakt worden? Welke issues zijn er? Hoe komen ze samen, waar zitten er gaten?

Aart: “Opleidingen zouden beter moeten worden ingericht om docenten die ook in het bedrijfsleven werkzaam zijn, les te laten geven. Qua planning is dit nogal een uitdaging. Ook noemde ik net de spanning tussen de alfa en de beta-kant.  Vanuit mijn vak mis ik onderdelen in het beta-onderwijs op middelbare scholen. Als leerlingen met een hoger niveau binnenkomen, kunnen we ze veel verder brengen. Dit kan het bedrijfsleven echter niet oplossen, het is een politieke kwestie. Bedrijven concurreren om onze afgestudeerden: er zijn bedrijven die nu experimenteren om meer technisch personeel te krijgen door leerlingen al op de middelbare school te werven. Zij laten ze al  bij hen werken en tegelijkertijd een technische HBO of universitaire studie volgen, die ze dan voor hen betalen. Dit voorkomt tevens een torenhoge studieschuld.“